Zo lijkt het er intussen ook op dat er op de Bevelanden onder de Steenuilen kennelijk een grote behoefte is aan geschikte biotopen en aan nestgelegenheid. Veel Steenuilen lijken te ‘wachten’ tot er een nieuw erf beschikbaar komt met de mogelijkheid van broeden in een geplaatste broedkast. In een voor Steenuilen geschikt gemaakt biotoop zit hier over het algemeen binnen twee jaar een koppel Steenuilen in een nieuw geplaatste broedkast. Dat zou kunnen betekenen dat er hier een surplus van niet broedende Steenuilen bestaat, die lijken te wachten op een nieuw aan gelegd biotoop. Waarschijnlijk bestaat die surplus groep op de Bevelanden voornamelijk uit vrouwtjes, omdat het hier nogal eens voorkomt dat er twee vrouwen in één kast broeden. Ook is het nu al een paar maal voorgekomen dat een verongelukte Steenuil binnen twee weken al was vervangen.

Door het vaststellen van de aanwezigheid van Steenuilen in kasten, op plekken waar men met tapen geen reactie kreeg, werd het hier ook duidelijk dat steenuilen alleen terugriepen als ze Steenuilburen hebben. Waarschijnlijk zijn solitair levende Steenuilen niet gewend om hun territorium te verdedigen door middel van hun territoriumroep. De tussen 1996 en 1997 op Zuid-Beveland vastgestelde territoria zijn, op een uitzondering na, allemaal Steenuilen die directe buren hadden. Dus het zou voor de hand liggen om te zeggen dat er toen ook al meer steenuilen aanwezig waren, maar dat is helaas nu niet meer te bewijzen.

Om te weten te komen dat er in een bezet territorium, waar Steenuilen niet in kasten broeden, toch wordt gebroed zijn observaties tijdens de periode dat er jongen zijn noodzakelijk. Want wanneer steenuilen jongen hebben, vliegen ze af en aan met voer, dat is duidelijk geworden door de webcam in de “Beleefdelente” kast van Vogelbescherming. Dus in die periode is het  vanuit een auto of schuiltent tijdens het schemer vaak gemakkelijk vast te stellen of er jongen gevoerd worden.  Op een leeftijd van drie weken komen de jongen al uit hun broedholte en zijn ze ook tijdens hun klauterpartijen goed te observeren. Zo heb ik ook observaties uit laten voeren op plekken die ik geschikt achtte voor Steenuilen, maar waar men ze nooit eerder gezien had. Zo konden nieuwe territoria worden vastgesteld.

 

 Foto Peter Boelee ©.

Hier op Zuid-Beveland lijkt het er op dat Steenuilen voorkeur hebben voor een biotoop met menselijke bewoning. Natuurlijk broeden er hier ook Steenuilen in natuurgebieden waar geen mensen wonen. Maar dan gaat het meestal om een plek waar al meer dan vijf jaar Steenuilen broeden, dus uit de periode toen er nog niet zoveel kasten waren geplaatst. 

Nu ze meer keus hebben valt het op dat er steeds minder Steenuilen voor kasten in onbewoonde natuurgebieden kiezen. Na de drie opeenvolgende koude winters bleven leeggekomen kasten in de natuurgebieden vaak leeg. Soms werd dan in het nieuwe broedseizoen een Steenuil uit de kast van het natuurgebied samen met een nieuwe partner gevonden in een nieuwe kast op een bewoond erf in de buurt van dat natuurgebied.

Het aantal broedgevallen in kasten op Zuid-Beveland stijgt gestaag, mede dankzij de inzet van “boeren en buitenlui” die bereid zijn om met hulp van Landschapsbeheer  hun erf te verbeteren, waardoor het geschikt wordt gemaakt voor erfdieren waaronder o.a. de  Steenuil en toe te staan dat er kasten op hun erf kunnen worden geplaatst. Peter bezoekt de eigenaars van kasten regelmatig en bouwt hierdoor een goede verstandhouding op met wederzijds begrip voor de moeilijkheden waarmee sommige agrariërs heden ten dage geconfronteerd worden. Peter constateert al jaren het grote enthousiasme van de eigenaars voor ‘hun’ Steenuilen, maar dat enthousiasme is natuurlijk ook voor de Kerkuilen die net als de Steenuilen voornamelijk hun jongen groot brengen in agrarische gebied.