In de loop van 2007 werden er op de Bevelanden en op Walcheren door Peter en enkele vrijwilligers samen met de eigenaars van geschikte erven nog eens 150 broedkasten bij geplaatst, met als resultaat dat er in 2008 al in 12 kasten werd gebroed, totaal werden er toen 27 jonge Steenuilen geringd. Het aantal uitgevlogen jongen viel tegen, dat had te maken met het slechte weer tijdens het voorjaar van 2008 en een tekort aan muizen.

In 2009 werd er in 22 kasten gebroed en was het mogelijk om 33 jonge Steenuilen te ringen. In het voorjaar van 2010 werd bij controle geconstateerd dat enkele broedparen, die al jaren op dezelfde plek hadden gebroed, opeens verdwenen waren. Dit had waarschijnlijk te maken met de strenge winters van 2008-2009  en die van 2009 -2010. De meeste Bevelandse Steenuilen  hadden nog nooit in hun leven een strenge winter meegemaakt en waren hier dus niet op voorbereid.
Ondanks het verlies van enkele broedparen werd er in het broedseizoen van 2010 toch nog in 26 kasten door Steenuilen gebroed. Het leek in eerste instantie een topjaar te worden, want per kast werden er gemiddeld vier eieren gelegd, maar waarschijnlijk doordat de nachten in het voorjaar van 2010 tot ver in mei heel koud bleven, vlogen er gemiddeld maar 2 jongen per kast uit, dit was gelijk aan het landelijke gemiddelde. In dit broedseizoen werden hier 50 jonge Steenuilen geringd.

Foto Peter Boelee.


Tussen 2008 en 2010 werden nog meer kasten geplaatst, eind 2010 zijn dan op heel de Bevelanden 310 broedkasten geplaatst. Op Walcheren werden tot 2011 totaal 31 Steenuilbroedkasten geplaatst, vooral in het oostelijk gedeelte van dit voormalig eiland. In 2009 werden aan de rand van Oranjezon nabij Vrouwenpolder op Walcheren enkele betrouwbare Steenuil zichtwaarnemingen gedaan, ook in 2011 werden ze daar weer gesignaleerd.

In de omgeving van Arnemuiden, niet ver van de ‘grens’ met Zuid-Beveland bevindt zich al jaren een bezet territorium waarin elke jaar gebroed wordt. In 2011 werd 600 meter daar vandaan op een nieuwe plek in een kast sporen van Steenuilbewoning gevonden. De kans, dat Steenuilen zich vanuit Zuid-Beveland zullen uitbreiden naar Walcheren, wordt steeds groter en dan zullen ze waarschijnlijk kiezen voor het oostelijk gedeelte omdat daar langs het Veerse Meer richting de Noordzee nog het meest agrarische gebied te vinden is.

Doordat er nu al zoveel Steenuilen op Zuid-Beveland zijn geringd en deze jaarlijks bij de controles worden aangetroffen, wordt aan de hand van de ringgegevens steeds meer duidelijk over hun gedrag. In publicaties is vaak te lezen dat Steenuilen monogaam zijn, maar dat geldt dan zeker niet voor de Zeeuwse Steenuilen, behalve dat ze hier vaak van territorium wisselen, doen ze dat ook met hun partners. En omdat de controles het hele jaar door plaatsvinden is het ook duidelijk geworden, dat Steenuilen, die in februari in een gebied worden aangetroffen, daar niet altijd ook gaan broeden.Van een bij controle van een kast in januari aanwezige steenuil is het niet vanzelfsprekend om aan te nemen dat deze uil tijdens het daarop volgende broedseizoen opnieuw in deze kast zal worden aangetroffen. Onderzoek elders in Nederland heeft uitgewezen dat het vooral de vrouwtjes zijn die erg reislustig zijn.

Het lijkt wel alsof alle Steenuilen in de periode tussen het einde van het broedseizoen in augustus dus en het begin van het volgende, kris kras over de Bevelanden vliegen. Waarschijnlijk op zoek naar een onbezet territorium of naar een bezet territorium waar een partner is weggevallen of ze zijn op zoek naar een vrijgezelle partner met wie dan een nieuw territorium bezet kan worden. Het is dan ook elk voorjaar weer een verrassing welke steenuil er met wie in een kast zit.